Categorie archief: media

Communicatie als een boomerang: Wie gelooft die mensen nog?

boomerang1.jpg

Er wordt graag gesproken over de zogenaamde verkleutering van vanalles en nog wat: van het onderwijs, van kunst, van cultuur, … noem maar op. “In onzen tijd was het allemaal veel beter”. Ook de politiek ontsnapt hier niet aan. Waar vroeger (zogezegd) gesproken werd over inhoud (maar niemand werkelijk luisterde, omdat je toch tot één of andere zuil veroordeeld was), draait het nu bij wijze van spreken enkel nog maar om het dragen van het juiste brilmontuur. Met uitgestrekte en beschuldigende wijsvinger wordt er gewezen naar de media, die sappige verhalen brengt over kwesties uit het leven van politici die niets met politiek te maken hebben. Bovendien verwacht diezelfde media dat politici in soundbites van minder dan 20 seconden hun standpunt over best wel ingewikkelde zaken kunnen weergeven. Want in uitgebreide duiding is kiezer-koning kijker-consument niet geïnteresseerd. Lang leve de vluchtigheid, de impressie. Het ongefundeerde gezwets.

 

Soms kan een soundbite het slachtoffer worden van zijn eigen succes, en vol in het gezicht van de zender terechtkomen. Boem. Pats. Een blauw oog. Wie gelooft die mensen nog? Goed Bestuur!

Bush Sr., vader van, vergeleek in zijn speeches naar aanleiding van de toenmalige inval in Irak, Saddam met Hitler, om op die manier zijn Amerikaanse landgenoten te overtuigen van de noodzaak van een belegering. Er waren inderdaad heel wat paralellen te trekken tussen Saddam en Hitler. Los van de uiterlijke gelijkenissen, beiden waren in het bezet van een aardig behaarde bovenlip, beroepte Bush zich op de annexatie van een klein buurland, en de “neiging” tot het uitroeien van een bepaalde bevolkingsgroep. Tegenstanders van de invasie vergeleken een mogelijke inval dan weer met Vietnam, en hoe het oorlog voeren op moeilijk en onbekend terrein desastreuze properties aannemen kan. Bush Senior won de woordenoorlog die aan de echte belegering vooraf ging, de Hitler-metafoor werd een succes. De populariteit van Bush steeg in de polls, de zekerheid van een herverkiezing groeide met de dag. Intussen verliep de invasie van Irak niet echt zoals gepland. Amerika besloot zijn troepen terug te trekken. Het kleine Koeweit (Q8) was tenslotte toch bevrijd! Missie geslaagd?

Nee. De Hitler van Bagdad bleef ongedeerd. Meer nog, hij bleef de numero uno van zijn land. Als we de metafoor doortrekken, zou dit zijn alsof de geallieerden zich in ’45 tevreden stelden met het verjagen van Hitlers troepen tot binnen de eigen Duitse landsgrenzen, en hem rustig lieten zetelen, broedend op een soortement derde rijk bis. De populariteit van Bush Senior smolt sinds de terugtrekking uit Irak dan ook als sneeuw voor de zon: Wie geloofde deze man nog?

De gelijkenissen van deze historiek met de huidige situatie van Leterme zijn talrijk, maar daarom niet allemaal ’s mans eigen fout. ‘The duty of the opposition is to oppose’ zei een wijs staatsman ooit. Leterme deed dit voortreffelijk. Hij slaagde erin om de federale regering ongestraft te ridiculiseren. Wie gelooft deze mensen nog? Dat Leterme dit ongestraft kon doen, had veel te maken met de verhouding tussen het Vlaamse en Federale niveau in onze staat. De Vlaamse regering bestond uit een klassieke tripartite(CD&V, SP.A, VLD), de federale regering kleurde Paars. Doordat CD&V geen federale regeringsbevoegdheden torste, kon zij ongemeen hard inhakken op het Paarse beleid, zonder teruggefloten te worden. De voedingsbodem om te radicaliseren werd niet enkel verrijkt met communautaire breuklijnen als thema dat leefde bij het kiespubliek. Dit gold immers enkel tijdens de campagne. Ook het verschil in regeringssamenstelling wat de verschillende bestuursniveau’s in België betreft, droeg sinds 2004 een steen(tje) bij.

Zes lijnen hierboven schreef ik dat Leterme ongestraft kon inhakken op het Paarse beleid. Maar is dat nog steeds werkelijk zo? Stemmen halen is één ding, en hoeft met al het gespin en de toegenomen media-aandacht van vandaag de dag niet eens meer zo moeilijk te zijn. Maar stemmen verzilveren, dat is een ander paar mouwen…

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder media, politiek

Leterme formateur af op radio en teevee: Of hoe het medium ook een beetje de boodschap is.

leterme_hoofd120.jpg 

Als voormalig student Communicatiewetenschappen met een voorliefde voor alles wat met politiek te maken heeft, schoot mij gisteren een verre herinnering aan lang vervlogen lestijden te binnen. Ik zit in de aula, en een ietwat kalende, maar toch duidelijk rossige prof wiens naam mij op dit moment niet direct te binnen schiet, illustreert op voortreffelijke wijze Marshall Mcluhans catchall phrase “the medium is the message”. In het voorbeeld (dat trouwens ook door Mcluhan zelf aangehaald wordt) neemt de Republikeinse presidentskandidaat Richard Nixon het op tegen zijn Democratische uitdager John F. Kennedy. Het kopstukkendebat wordt niet enkel live in de ether gegooid, maar ook rechtstreeks op de beeldbuis van elke televisiekijkende Amerikaan gestraald. Wat bleek:

De bleke Nixon zweette als een rund onder de felle studiolampen en sprak ononderbroken aan één stuk door. Bovendien had ’s mans kostuum dezelfde kleur als het studio-decor, waardoor zijn gebaren moeilijk te onderscheiden waren. Wat een contrast met de gebronzeerde en cameragenieke JFK, die rustig sprak, pauzes in zijn speech durfde in te lassen en recht in de camera keek. Uit het onderzoek van McLuhan bleek dat radioluisterend Amerika Nixon als de afgetekend winnaar percipeerde, terwijl volgens televisiekijkend Amerika JFK met kop en schouders boven zijn tegenstrever uitstak. Dit noopte Mcluhan tot zijn befaamde “the medium is the message”-stelling. Maar wat heeft dit alles te maken met Yves Leterme?

Het nieuws dat Leterme zijn formatie-opdracht onvoltooid terug aan de koning gaf, bereikte mijn oren in de auto, luisterend naar de radio. De vertrouwde Radio 1 stem verwees mij door naar het parlement, waar Leterme speechte. In mijn verbeelding zag ik Leterme naar het spreekgestoelte in het midden van het halfrond stappen, en hoorde ik hem vervolgens een klare, duidelijke, emotionele en strijdvaardige redevoering geven over zijn beweegredenen. Wat een degelijkheid, wat een voorbeeld van goed bestuur zonder te besturen, dit vraagt om respect, dacht ik bij mijzelf.

Iets later op de dag kijk ik naar het Journaal op VRT en hoor ik dezelfde woorden in hun actuele setting plaatsgrijpen. Leterme staat helemaal niet in het midden van het parlementaire halfrond, ziet er ontspannen uit. Het beeld dat ik op de radio kreeg wordt bijgestuurd. Andere topics in het nieuws wekken mijn afschuw op: Leterme wordt als een held onthaald op het CD&V hoofdkwartier, de overslaande stem van Jo Vandeurzen en de bitcherige presence van Inge Vervotte beroeren respectievelijk mijn trommel- en netvlies.  Iets verder in het Journaal wordt op deningrerende toon gesproken over de parlementsverkiezingen van Rusland, die geheel aan de persoon van Poetin opgehangen worden, en waar de oppositie gewelddadig de kop ingedrukt wordt.

Op het crossmediale internet raadpleeg ik vlak voor het bekijken van TerZake de VRT-site, waar ik de speech van Leterme opnieuw kan bekijken. Dit maal begint het filmpje echter een half minuutje vroeger, en zien we een lachende Leterme een wel erg sarcastische opmerking maken naar de verzamelde pers toe, alvorens hij zijn voor mij intussen welbekende speech declameert. Leterme zegt tegen het verzamelde journaille iets in de trant van “Mijn excuses dat ik jullie zaterdagmiddag verpest, maar het zal niet meer gebeuren”, waarna hij zich terug in een serieuze plooi werkt en stijfdeftig zijn tekst afleest: “Dames en heren, de voorbije maanden heb ik al het mogelijke gedaan…”

Wat heeft dit nu allemaal met Mcluhan te maken? “Niet al te veel” is mijn antwoord, “Maar toch.” Mijn niet al te rooskleurige beeld van Leterme werd in een positievere richting bijgestuurd door het luisteren naar zijn speech op de radio. Diezelfde speech op televisie deed mijn negatievere gevoelens terug opwakkeren. Diezelfde speech met een half minuutje beeld en één zinnetje eraan voorafgaand, doen mij Leterme een machtsgeile tjeven bobo vinden.

In een TerZake Special worden “persoonlijke” beelden getoond, en “persoonlijke” vrienden van Leterme aan het woord gelaten. Rusland is niet zo ver af als wijzelf denken.

2 reacties

Opgeslagen onder media, politiek, Uncategorized

Politiek is verontwaardiging

1484174104.gif 

In het sobere praatprogramma ‘Keien van de Wetstraat’ ontvangen Kathleen Cools en Ivan de Vadder wekelijks slachtoffers van de politieke microbe, en dit met het oog op een zogenaamd ‘beter gesprek’. Nadat Herman Van Rompay, Caroline Gennez en Karel de Gucht eerder reeds de revue passeerden, was deze week Jos Geysels aan de beurt. Geysels, gewezen Groen! partijsecretaris en bewust full time politicus zonder mandaat, uitte zijn liefde voor de politiek, en schetste op een intelligente wijze waar de opportuniteiten van de voornamelijk linkse (democratische) oppositie liggen. Een verslag!

Geysels stelde dat politiek om verontwaardiging dient te draaien, en dat er zonder de uiting van deze verontwaardiging nooit aan progressieve politiek gedaan kan worden. Natuurlijk is de uiting van verontwaardiging niet voldoende, en dient deze “verontwaardiging” in “uitvoering” omgezet te worden.

In een samenleving kunnen op bepaalde momenten, bepaalde thema’s leven, en dus renderen. Partijen, die een bepaalde corebusiness hebben (hun thema), dienen daarom altijd naar hun kiezers te kijken, en moeten zoveel mogelijk van hen trachten te weten te komen. Maar ook hier wederom: enkel kijken is niet voldoende, volgens Geysels draait het ook om “de manier waarop”.  Het communautaire thema mag dan leven onder de bevolking, de manier waarop dat thema aangepakt wordt, is minstens van even groot belang.

De taak van de oppositie bestaat er volgens Geysels in om de fel beleefde, maar slecht in uitvoering zijnde communautaire mantra onder te sneeuwen, door de uiting van verontwaardiging rond sociaal-economische thema’s als armoede en milieu, die de kern vormen van de oppositie-partijen. Wanneer aan deze verontwaardiging (emotioneel) ook nog eens inhoudelijke oplossingen (rationeel) gekoppeld worden, ziet Geysels een boulevard van mogelijheden om de linkerzijde te mobiliseren en de communautaire flow te counteren.

 Waarlijk interessant, maar bekijk het vooral eens zelf!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder media, politiek

Externen in de Politiek: De rol van politiek marktonderzoek

poll475.jpg

 

Op woensdag 17 oktober verzamelden Jan Drijvers (TNS-media), Noël Slangen (Groep C, Open VLD)  en Koen Pelleriaux (SP.A) onder het waakzame oog van een veertigtal studenten Politieke Communicatie (UA) om licht te doen schijnen in de duisternis. Twee vragen dienden beantwoord te worden. Eén: Wat voor soorten Politiek Marktonderzoek worden er in België zoal bedreven? Twee: Wat doen politici daar nu eigenlijk mee?

De in een sneltempo powerpointslides afhandelende Jan Drijvers startte met de boodschap dat Politiek Marktonderzoek zoveel meer is dan enkel maar het uitvoeren van peilingen, maar dat omwille van de grote misvattingen die over pollen bestaan, het gros van zijn presentatie over peilen zou gaan. Maar voordat dit geschiedde, belastte Drijvers Politiek marktonderzoek nog eventjes met een bijbelse missie,”het contact herstellen met het van de politiek vervreemde electoraat”. En hij zag dat het goed was.

Drijvers was vastbesloten een lans te breken voor het peilen, dat al te vaak verkeerd begrepen wordt. Interessant waren dan ook (sommige) van zijn kanttekeningen, die u hier meekrijgt:

  1. Peilingen zijn eigenlijk steekproeven met betrouwbaarheidsmarges. In de politieke markt zijn deze betrouwbaarheidsmarges bovendien erg groot, aangezien we hier in België met vele politieke partijen op een zakdoek bij elkaar zitten. Dit maakt, in tegenstelling tot wat u misschien zou kunnen vermoeden, peilingresultaten er niet direct betrouwbaarder op.

  2. Elke ondervragingsmethode vertekent. Of je nu opteert voor telefonische, of face-to-face methoden: vertekening is uw deel. En voor bevragingen via het internet geldt dit nog het meest.

  3. In tegenstelling tot stemmen, is de deelname aan een peiling niet verplicht, maar vrij, waardoor vertekening wederom uw deel is.

  4. Peilen is een menswetenschap. De mens is…wispelturig van nature?

  5. Stemmen doe je niet enkel op partijen, maar ook op personen. Drijvers stelt enkel naar partijen te vragen.

  6. De problematiek van politieke zapping: je stemt niet noodzakelijk voor dezelfde partij in kamer en senaat. Vragen peilingen dan enkel maar op welke partij er gestemd wordt (zonder dat “voor de kamer” of “voor de senaat” er achtergezet wordt?)

  7. Peilingen zijn momentopnamen, geen prognoses. En dat durven mensen wel al eens te vergeten. Bij publicatie vormen de resultaten van een peilingen reeds gedateerde data

  8. Peilingen publiceren , is ze eigenlijk te niet doen, omdat ze in grote mate media-aandacht weten te genereren

Waarom er nog gepeild moet worden als daags na de verkiezingen blijkt dat ze er toch (wederom) mijlenver naast zitten? Drijvers wimpelt deze kritiek af met een slimmigheidje: Peilingen kunnen enkel maar verliezen, want de verrassingen van de verkiezingen (en elke verkiezing heeft zo zijn verrassingen) zijn juist die zaken die peilers niet wisten te voorspellen. Mooi zo.

Naast het uitvoeren van peilingen houdt TNS-Dimarso zich ook nog zinledig (ach ja) met het positioneren van politieke partijen, het schaven aan het imago van politici, het verzorgen van hunner externe communicatie, motivationeel onderzoek etcetera. Enkele interessante resultaten uit het post-electorale onderzoek van de recentste verkiezingen dan maar: 17% van alle kiezers blijkt pas op de laatste dag (en dus quasi in het stemhokje), te beslissen op wie te stemmen. Bij LDD gaat dit het verst: maar liefst 1/3 van alle LDD-stemmers besloten in de laatste week voor de verkiezingen op DeDecker te stemmen. Dit verklaart ook meteen waarom de peilingen er naast zaten wat LDD betreft. Nog een leuke: De splitsing van BHV blijkt de belangrijkste reden te zijn waarom mensen voor de eerste maal voor de CD&V kozen.

 Maar waar dient al dit gemonster voor? Een doodeerlijke Koen Pelleriaux (“peilingen die in ons voordeel spreken, lekken we” & “De SP.A heeft op twee notoire uitzonderingen na, nooit van standpunt verandert toen bleek dat de meerderheid van het kiespubliek er een andere mening op nahield”) had het over de gemoedsrust van politici, het krijgen van feedback. De soms in tongen sprekende Slangen was het hier niet mee eens. Marktonderzoek dient volgens hem dan ook voor inspiratie en factuele informatie. Voorts sprak hij over de onzin van terreinwerk (militanten, diegenenen die je tegenkomt op mosselsoupers, zijn altijd extremer) en het belang van de DagAllemaal. Een voorbeeldje: Heeft de VLD een probleem met DeDecker? In de ogen van de militanten: JA! In de perceptie leeft dit sterk. Wat blijkt uit marktonderzoek: NEE! De meeste kiezers van de VLD liepen over naar CD&V…

 Wat moeten politici aanvangen met marktonderzoek? Is de politicus van de toekomst een marketeer? Iemand die goed kijkt wat er bij de bevolking, het kiespubliek leeft, en zich daar vervolgens aan aanpast? Nee, politici dienen hun overtuiging (ideologie) als vertrekpunt te nemen, en niet domweg die 51% te volgen. Politici dienen te overtuigen, dat is nog steeds de essentie van politiek, ook in tijden van Fast Media en Fast Politics. Wat politici moet doen is mensen nieuwe inzichten bijbrengen, zulke ideëen blijken bovendien zeer wervend te (kunnen?) zijn. Aldus Slangen. Marktonderzoek kan hier richtlijnen over geven. Al blijft Slangen over deze richtlijnen erg vaag…

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder lezing, media, politiek

De Belgometer

belgometerkopjes.jpg

Op deStandaard online loopt al enkele dagen ‘de belgometer’. Een soortement vragenlijst waar door middel van “helemaal eens – helemaal niet mee eens”-schalen je seperatistische, of in het andere uiterste, unionistische karakter gemeten wordt. Dit meetinstrument is pure quatsh. En dat moest mij even van het hart. Eén voorbeeldje om mijn ergernis bot te vieren, zodat ze hopelijk bekoelt:

Vraag 14 luidt als volgt: “Franstaligen zijn intellectueel wel in staat om Nederlands te leren, maar ze willen niet” Mijn vraag aan de prutsers die de Belgometer in elkaar ronselden: pintje?  of nee, pakt: Wat moet ik antwoorden als ik akkoord ben met het eerste deel van de vraag, maar niet akkoord ben met het tweede deel van de vraag? Een kwaliteitskrant onwaardig.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder media, politiek

Patrick Janssens: Marketeer van het Jaar? (2)

a-logo.gif

Iedereen die van veraf al eens iets over marketing gelezen heeft, kent de klassieke 4 P’s, ofte de marketingmix: Prijs, Product, Plaats… en … Promotie. De laatste P van Promotie, is omwille van de aard van het beestje het meest zichtbare, en wordt dan ook, hoewel volkomen onterecht, vereenzelvigd met het marketingconcept zelf. Met een zeker wantrouwen van het grote publiek ten opzichte van marketing als gevolg. Natuurlijk is marketing meer dan louter promotie voeren! Al zien mensen dat niet direct. Mooi is dan ook de openbaring in HUMO van Janssens, die, genomineerd als marketeer van Jaar, het volgende zegt: “Ik ben een structuralist. Met doordachte stedenbouw kun je mensen een beter leven bezorgen. De bevolking voelt zich ook sterk betrokken.^[…] We investeren ook fors in de communicatie over wat we van plan zijn.”

Onze marketeer, man van het woord, blijkt ook een man van de daad te zijn. Of zoals HUMO stelt: bent u een betonnen burgemeester in wording? Promotie dient met investeringen in de realiteit gepaard te gaan, niets is gevaalijker dan een promotie te voeren rond een product dat de in reclameboodschappen gecrëeerde verwachtingen niet inlost. Nogmaals: “If you wanna kill a poor product, advertise it”

Lees ook:

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder media, politiek

Patrick Janssens: Marketeer van het Jaar? (1)

janssens_artikelbeeld.jpg

Patrick Janssens is een marketeer. Geen burgemeester. Dit verwijt wordt de Antwerpse burgervader met de regelmaat van de klok naar het hoofd geslingerd. In een aflevering van Terzake enkele maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2006, antwoordde Janssens op de vraag van Bracke of hij nu een burgemeester, dan wel een manager was, als volgt: “Het hangt ervan af wat men onder een manager verstaat. Als men onder een manager verstaat dat men de zaken op orde probeert te krijgen, en op een goede manier in een bepaalde lijn probeert te sturen, dan heb ik daar niets op tegen. Als men onder een manager verstaat iemand die bereid is voor een loon ender wat te doen, en anderen hun project uit te voeren, dan heb ik het er veel moeilijker mee. Ik denk niet dat dat laatste op mij van toepassing is.”

Siegfried Bracke gaat verder met te stellen dat de politicus van de toekomst misschien wel een marketeer is, iemand die heel goed kijkt wat de markt, de kiezer , de bevolking te bieden heeft, en die daar zijn daden aan aanpast. Janssens is het daar absoluut niet mee eens: “Ik denk zelfs dat dat in het bedrijfsleven niet geldt. Ik denk dat de toekomst is aan mensen die een richting kunnen uitzetten, en die mensen kunnen overtuigen dat dat de goede richting is. Ik vertel niet altijd dingen die de Antwerpenaren graag horen, politiek is geen jukebox. Als politicus moet je niet doen wat mensen je vragen, je moet doen wat je denkt dat nodig is, en daar wel proberen steun voor te krijgen.”

Ook Noël Slangen blijkt het eens te zijn met deze uitspraak. Gisteren (17 oktober) stelde hij tijdens een lezing aan de UA (master Politieke Communicatie) dat het vertrekpunt van een politicus nog steeds “ideologie” (een overtuiging) dient te zijn. Politici moeten overtuigen, en dat is de essentie van politiek. Je moet je niet door platvloers marktonderzoek laten leiden, en stellingen aannemen waarin 51% van het electoraat zich in kan vinden poneren. Nee, de essentie van politiek is overreden, mensen nieuwe inzichten bijbrengen. Het zijn vooral zulke nieuwe inzichten die wervend voor partijen blijken te zijn. Wat marktonderzoek politici wel kan bijbrengen is richtlijnen hierover. Al bleef Slangen over die richtlijnen betrekkelijk vaag.

Het magazine Trends organiseert naar jaarlijkse gewoonte de wedstrijd ‘Marketeer van het Jaar’. Patrick Janssens, Peter Vandermeersch (DeStandaard/Corelio) en Bart Crols (Volvo Cars) zijn de kandidaten.

1 reactie

Opgeslagen onder lezing, media, politiek