Stratenplan van de Belgische politiek

Kwestie van (zij het nogal letterlijk, al kan dat na de verkiezingen echt geen kwaad) wegwijs te geraken in de Belgische politiek.

Wanneer er in krantenkoppen over de Wetstraat gesproken wordt, heeft men het niet enkel over het centrum van de Belgische politiek, maar ook over de federale politiek in het algemeen. Met ‘de 16’ wordt verwezen naar het kabinet van de eerste minister, dat gelegen is in de Wetstraat nummer 16. Verwar ‘de 16’ dan ook niet met de ambtswoning van de eerste minister te Brussel: dat is de Lambermont, op de hoek van de Hertogstraat en de Lambermontstraat. Ook het kabinet van de minister van Financiën (Wetstraat 12) en het parlement van de Franse Gemeenschap (Wetstraat 6b) liggen in de Wetstraat. Het Vlaams parlement, ook wel ‘glazen huis’ genoemd (met glas als symbool voor transparantie, mooi zo), ligt om de hoek van de Wetstraat, op het kruispunt van de Leuvensesteenweg en, jawel,  de Hertogstraat.

Tegenhanger van de Wetstraat is de Dorpsstraat. Met deze term verwijzen journalisten naar de aspiraties, noden en wensen van de gewone burger. Ze stellen dan dat een bepaald thema werkelijk een hot issue is in de Wetstraat, maar niet leeft in de Dorpsstraat.

Andere straten in de Belgische politiek zijn bijvoorbeeld de Guimardstraat, waar de koepel van het Vlaamse Politieke onderwijs zich bevindt, en de Melsenstraat, waar het hoofdkwartier van de Open VLD huisvest. Al staat de Melsenstraat met een mooi totum pro parte ook voor de top van de partij (Verhofstadt, De Gucht, Dewael, Somers,…). Het Hoofdkwartier van de CD&V bevindt zich -rarara- in de Wetstraat (nummer 89). De SP-A durft daarentegen wel eens te vergaderen op de grasmarkt.

Misschien nog snel twee niet mis te verstane geografische entiteiten in ons Belgenland aanduiden: Gewesten en Gemeenschappen. Gemeenschappen zijn bevoegd voor kwesties die cultuur (media, bibliotheken, kunst…), onderwijs, en personen (gezondheid en welzijn) aanhangen. We onderscheidden de Vlaamse, Franstalige en de Duitstalige gemeenschap. Taal is immers een essentieel onderdeel van cultuur. België heeft ook drie gewesten: het Vlaamse, Waalse en Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hier worden sterk plaatsgebonden verantwoordelijkheden en economische belangen geregeld. Nu dit uitgeleged is, houdt ook het begrip ‘communautariseren’ steek. Met communautariseren wordt ‘het overdragen van bevoegdheden aan de gemeenschappen beschouwd.’ Voor de Vlaamse gemeenschap zou dit dan betekenen dat zaken die normaal door het Federale Parlement en de Federale regering behandeld worden, nu onder de verantwoordelijkheid van het Vlaamse Parlement en de Vlaamse Regering vallen. Wist u trouwens dat de bevoegdheden van de Vlaamse gemeenschap en het Vlaamse Gewest door dezelfde organen uitgeoefend worden (namelijk Vlaamse parlement en Vlaamse regering)? En dit in tegenstelling tot Wallonië, waar je een Waalse Gewestsraad en een Franstalige gemeenschapsraad hebt? (Al zijn alle leden van de Waalse Gewestsraad ook lid van de Franstalige gemeenschapsraad).

In het licht van deze communautaire warboel, kunnen we ook de term Faciliteitengemeenten van naderbij bekijken. Faciliteitengemeenten zijn die gemeenten die na de taalwetten van 62′ (waarin de taalgrens vastgelegd werd) tegemoetkomingen kregen ten behoeve van een taalminderheid. Zo hebben Franstalige inwoners in Nederlandstalige faciliteitengemeenten het recht om in hun contacten met de overheid Frans te gebruiken, en dienen gemeentelijke berichtgevingen zowel in het Frans als in het Nederlands opgesteld te worden. Bekende faciliteitengemeenten bevinden zich rond Brussel (de zogenaamde zes), al is Voeren misschien het bekendst.

Al het bovenstaande gezever over faciliteitengemeenten, gemeenschappen, gewesten en communautaire kwesties brengt ons bij het begrip ‘Brussel-Halle-Vilvoorde’. BHV is een contorversiële kieskring, omdat het een uitzondering is wat de administratieve en juridische indeling van ons land betreft. Deze indeling gebeurt immers volgens taal. BHV bevat echter 35 ééntalige gemeenten (uit Vlaams Brabant) en 19 tweetalige gemeenten (uit Brussel). Aangezien Brussel Halle Vilvoorde één kieskring vormt, kunnen Franstalige partijen stemmen ronselen in de 35 Vlaamstalige gemeenten. Daarom willen vele Vlaamse partijen de kieskring splitsen. Dat de Franstalige partijen het daar niet mee eens zijn, spreekt voor zich: op die manier verliezen zij om en bij de 70.000 potentiële kiezers.

  • Bron: Wetstratees: “naar de burger toe” door Bert Bultinck, nu voor anderhalve euro verkrijgbaar in ‘Boekenvoordeel’ op de Meir. Een handig alfabetisch overzicht van termen die wel eens in politieke verslaggeving durven op te duiken. Kopen die handel!

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder politiek

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s