Zot van A en electoraal succes.

logo_stad_antwerpen_liggend.jpgIedereen die wel eens in Antwerpen vertoeft, zal al wel eens met het Antwerpse beeldmerk (de ‘Stralende A’) geconfronteerd zijn. Uit een interview met Marijke De Roeck ( bestuurscoördinator ‘Marketing Planning’, van de stedelijke dienst Marketing en Communicatie) blijkt dat reeds zes op tien stedelijke gebruikers (inwoners, investeerders, recreanten,…) de link tussen de A en het stadsbestuur legt. Van al deze stedelijke gebruikers weet echter slechts een kleine 20% dat deze A in de plaatselijke tongval ook “U” betekent. Los van deze cijfergegevens zal ik in de komende alinea’s duidelijk trachten te maken dat de Antwerpse stadspromotie (een vorm van overheidscommunicatie) ook een vorm van politieke communicatie is, die de electorale belangen van burgemeester Patrick Janssens op een positieve manier beïnvloedt. Eerst wordt het verschil tussen overheidscommunicatie en politieke communicatie geïllustreerd. Vervolgens wordt een logische redenering opgebouwd die bovenstaande stelling dient te ondersteunen. Maar first things first: laat dit schrijven vooral een oproep naar verder onderzoek wezen.

Onder overheidscommunicatie worden die vormen van communicatie verstaan die van de overheid uitgaan, en het belang van de ontvanger centraal stellen. In weze zijn zulke vormen van communicatie niet persuasief, maar informatief en handelen zij enkel over gerealiseerd beleid. Uitzonderingen hierop worden gemaakt voor die communicatiecampagnes die het publiek in de richting van een algemeen maatschappelijk aanvaard belang willen sturen, zoals ‘veilig vrijen’ of ‘stoppen met roken’. Al kunnen we hieromtrent stellen dat het wederom het belang van de ontvanger is, dat centraal staat. Dit in tegenstelling tot politieke communcatie, dat het belang van de verzender centraal stelt, en in sé persuasief is. Voorbeelden hiervan kunnen tijdens verkiezingsperiodes dagdagelijks in het straatbeeld aangetroffen worden. Het onderscheid tussen beide vormen van communicatie, zo leidt de aandachtige lezer uit voorgaande af, is echter flinterdun, wat mogelijke regelgeving in het gedrang brengt.

In de ‘code van de goede praktijk voor de communicatiecampagnes van de Vlaamse Overheid’ wordt onder punt 4.18 gesteld dat overheidscommunicatiecampagnes ‘niet tot doel kunnen hebben het imago van de betrokken mandataris(sen) te bevorderen‘.  En daar wringt, volgens mij, in het geval van Janssens het schoentje. Er zijn immers een aantal redenen die maken dat promotie voor Antwerpen, ook promotie voor de Antwerpse burgemeester is. In wat volgt krijgt u deze elementen aangeboden in een logische redenering.

Via éénvormige communicatie en een éénmerkstrategie tracht de stad op een efficiënte wijze te communiceren met haar bewoners. Deze communicatieacties van de stad zijn gericht op het creëren van een positief ‘wij’-gevoel. De Antwerpenaar moet zijn verloren trots herwinnen, dient fier te zijn op de stad, moet zich ermee durven identificeren. Kortom, de bewoners dienen zich, in de stad, goed in hun vel te voelen. Dit is het vertrekpunt van de redenering: het Antwerpse citymarketingbeleid focust zich enkel op de bewoners, het stedelijke electoraat. De tweede stap binnen deze gedachtegang stelt dat Patrick Janssens, omwille van de wijze waarop hij het burgemeesterambt bekleedt, én omwille van zijn achtergrond in de marketingsector, een imago torst dat als a-politiek, of beter, als boven het partijsysteem staande, omschreven kan worden. De campagne ‘Patrick’, die hij in de aanloop naar de verkiezingen 2006 lanceerde (en nergens de partij waartoe Janssens behoort vermeld) is hier een mooie illustratie van. De derde stap in de redenering wordt gevormd door het hierboven vermelde onderscheid tussen politieke en  overheidscommunicatie, en het wettelijke kader daarrond. En daar wringt het schoentje. En hier wringt het schoentje. Patrick Janssens, als hoofd van het schepencollege, is de enige die met de sterk intern bedisselde huisstijl naar buiten treedt. Enkel hij, niet de leden van de dienst marketing en communicatie, staat in de picture. Bovendien wordt Janssens omwille van zijn verleden sterk met al wat met marketing, reclame en communicatie te maken heeft, geassocieerd. Ook al is het niet Patrick Janssens zelf die de campagnes uitwerkt, toch beleven mensen de stedelijke communicatie op die manier. Als laatste argument, dat enige causaliteit aan de redenering toevoegt, kan het moment van invoering van de nieuwe huisstijl aangevoerd worden. Deze werd geïmplementeerd op 1 januari 2005, waar Janssens, als nieuwe man in de Antwerpse politiek, op 10 juli 2003 het roer van Leona Detiège overnam.

Al deze elementen samen maken dat het positieve ‘wij’-gevoel afstraalt op Janssens. Op die manier draagt overheidscommunicatie bij tot het imago, en verder doorgetrokken, het electoraal succes van Janssens.

Om deze stelling wetenschappelijk te staven dient natuurlijk meer dan enkel een logische redenering opgebouwd te worden. Een onderzoek uitgevoerd bij een representatief staal vande Antwerpse stedelijke gebruikers kan hierbij helpen. Zo kan er bijvoorbeeld gepeild worden of, bij een willekeurige associatie, de naam ‘Janssens’ in significante getalen opduikt wanneer respondenten geconfronteerd worden met het Antwerpse beeldmerk, of campagnes waar de Stralende A in voor komt.

Ter afsluiting misschien nog het meedelen waard: met de Slogan ’t Stad is van iedereen, vaart de stedelijke overheidscampagne recht in tegen het partijprogramma van een niet al te onbelangrijke partij die in het Antwerpse floreert. Laat het nu ook net deze partij zijn die ertoe bijgedragen heeft dat Antwerpen het belang van een positief imago is gaan inzien (alles is immers beter dan ‘de nazistische stad van West-Europa’ gedoopt te worden), en laat het nu net deze partij zijn die met het ontketenen van de Visa-crisis de concrete aanleiding gegeven heeft (het aftreden van het voltallige schepencollege en de intrede van Janssens in het stadhuis) tot het uitbouwen van een andere communicatiestructuur. De teloorgang van het Vlaams Belang (een politieke partij) zou op die manier op een onrechtstreekse wijze het succes van een stedelijk promotiebeleid illustreren…

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder media, politiek

Een Reactie op “Zot van A en electoraal succes.

  1. Pingback: Patrick Janssens: Marketeer van het Jaar? (2) « Dusty Road Records

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s